Zes weken lang alleen maar spelen op het strand en wandelen in de duinen.

Dat is wat Henk Staal mocht doen toen hij in 1952 voor het eerst als

‘bleekneusje’ naar het Koloniehuis Elim werd gezonden op Schiermonnikoog.

Een periode in zijn leven die een grote indruk achterliet.

 

Henk was niet alleen. Tientallen kinderen werden elke zes weken naar

Elim gestuurd om aan te sterken. Niet iedereen vond het leuk, maar de verhalen

en herinneringen bleven. Veel oud-Elimgangers hebben voor Schiermonnikoog een speciaal plekje in hun hart.

 

In het boek ‘En zij kwamen in Elim aan’ beschrijft Henk hoe het was om een bleekneusje op Schiermonnikoog te zijn. Een sociaal document over een tijd waarin men niet schroomde om kinderen weg te halen uit de

vertrouwde omgeving. Want hoe anders konden ze groot en sterk opgroeien?

 

Het boek ‘En zij kwamen in Elim aan’, heeft 100 extra pagina’s met foto’s die Henk kreeg toegezonden door andere bleekneusjes. Onder de foto’s zijn veel groepsfoto’s met namen van kinderen en leiding. Het is verkrijgbaar voor €17.95 (incl. bezorgkosten binnen Nederland).

Klik op de link om te bestellen.

Het is ook verkrijgbaar bij Boekhandel Kolstein, aan de Middenstreek op Schiermonnikoog. www.kolstein.nl

 

En zij kwamen in Elim aan’ is ook verschenen als ebook. Het is verkrijgbaar voor € 2,99 bij

Bol, Kobo en Amazon.

 

 

Lees hieronder een greep uit de eerste hoofdstukken van ‘En zij kwamen in Elim aan’.

 

 

​DE SCHOOLARTS  

Het was de ‘schuld’ van de schoolarts dat ik een bleekneusje werd. Eén keer per jaar moesten alle leerlingen van de School Met den Bijbel in de Kerkstraat naar de schoolarts. De avond ervoor ging je in een tobbe om extra te worden gepoetst en geboend. Stel je eens voor dat de dokter iets tegenkwam wat er niet hoorde. Op de dag van het onderzoek was ik erg zenuwachtig. Iedereen zat gewoon in de klas net zolang tot er iemand kwam zeggen dat het je beurt was. Ik moest tegelijk met een andere jongen. Niet leuk, maar het was niet anders. Ik had namelijk een gebreide onderbroek aan en ik kan niet half vertellen hoe vervelend ik dit vond. Maar als ik geluk had, baalde die andere jongen nog meer dan ik. Mijn opluchting was altijd groot als ik een jongen trof die net als ik een moeder had die dacht dat je blaasontsteking kreeg als je niet goed was ingepakt. Ook een moment van schaamte was dat je in je blootje voor die dokter op je hand moest blazen. Later heb ik begrepen dat dit was om te zien of je ook een breuk had. Deze schoolarts stuurde mij dus naar een gezondheidskolonie. Ik blijf hem eeuwig dankbaar, alhoewel de naam van de beste man mij ontschoten is.

 

IN DE BELANGSTELLING

Ook op school stond ik, nadat de juf uitgelegde wat er met mij zou gebeuren, volop in de belangstelling. Juf vertelde daarbij het verhaal uit de bijbel, dat ging over de oase in de woestijn, waar het volk van Israël kon uitrusten en bijkomen van zijn tocht. Die oase heette Elim.

‘Het huis waar Henk naar toe gaat heet ook Elim’, zei juf. ’Het is een groot huis waar Henk met 85 andere kinderen heengaat om wat sneller en beter te groeien’. De belangstelling en bewonderende blikken van de kinderen in de klas groeide nog meer toen juf ook nog vertelde dat je alleen maar naar Elim ging om te spelen en aan te komen. Je hoefde er zelfs geen huiswerk maken! In de pauze op het schoolplein mocht ik opeens overal aan meedoen. Bij overlopertje, kon ik ongehinderd overlopen en deden mijn klasgenootjes net alsof ik hen iedere keer te snel af was.

 

ELIM

Mijn aankomst op Elim was heel bijzonder. Toen de bus de Badweg op draaide en voorbij Hotel Duinzicht reed, kreeg ik te zien wat ik nog steeds de mooiste plek van Schiermonnikoog vind. Ik zag daar voor het eerst duinen. Duinen zover je maar kon kijken. Ik wist niet wat ik zag, zoiets moois had ik nog nooit gezien. We reden verder en de juf zei, ‘Kijk, daar is Elim’. Ik vond het een enorm groot gebouw. Het was niet het Elim waar de juf op school van had verteld, want er waren geen palmbomen. Om precies te zijn, rond Elim vond ik alles wat kaal. Op de vaste wal zag je meestal tuintjes, maar, naar ik later begreep, wilde hier niet veel groeien op al dat zand. Alle kinderen zaten een poosje wat timide bij elkaar in de eetzaal, wachtend op de dingen die zouden komen.

 

DE EERSTE NACHT

Voor het licht uit ging, moesten we allemaal op onze rechterzij gaan liggen. Ik vond dat maar raar. Thuis mocht ik zo gaan liggen als ik zelf wilde. Later begreep ik dat dit een foefje was om te voorkomen dat we met elkaar gingen kletsen. Last van heimwee had ik niet. Wel heb ik die eerste avond me afgevraagd hoe het thuis zou zijn. Een raar gevoel kwam over mij. Ik dacht eraan hoe het met mijn zusje zou zijn en mijn ouders. Toch miste ik onze poes Loekie wel het meest. Op dat moment voelde ik me, net als in de bus, erg eenzaam. Ik sliep vast wat onrustig, die eerste nacht in een vreemde omgeving. Als ik even wakker werd, hoorde ik de andere jongens in hun slaap praten, hoesten of winden laten. Eerst heel vreemd, maar al gauw heel vertrouwd.

Boek